Valkuilen

Hypotheekanalyse

 
 
 
Informatie over De Notaris
Neem even contact met ons op als u vragen heeft

Hieronder kunt u lezen waar u extra op moet letten als u een hypotheek gaat afsluiten.

Niet elk onderdeel is op zich een valkuil. Het kan echter een valkuil worden als u de keuze voor de juiste hypotheek baseert op een onjuiste voorstelling van zaken. Sommige zaken verdienen extra aandacht zodat u beseft waar het precies omgaat.



Arrangementstarieven

tarieven
De meeste geldverstrekkers, waaronder de grote handelsbanken, hanteren twee soorten tarieven:

• tarief voor nieuwe klanten: het arrangementstarief
• tarief voor bestaande klanten: het markttarief

Veel verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen hanteren geen arrangementstarieven. Dat betekent dat u dezelfde rente gaat betalen als de rentevaste periode afloopt en de rente niet gestegen is.

Het is verstandig na te gaan of de rente die u geoffreerd krijgt een arrangementstarief is of niet. Als u dan niet doet, kunt u voor een onaangename verrassing komen te staan. Het komt voor dat u maar liefst 0,5% meer rente gaat betalen na de afloop van de rentevaste periode ook al is de rente niet gestegen. U bent dan namelijk geen nieuwe klant meer en daarom komt u niet meer in aanmerking voor het arrangementstarief. U krijgt in dat geval het markttarief aangeboden.

Als u kiest voor een lange rentevaste periode, bijvoorbeeld 20 jaar, dan kunt u in ieder geval een lange tijd van de lagere rente genieten. Het moment van teleurstelling wordt in dat geval wat langer uitgesteld.



Instaprente

lage rente
Een aantal banken biedt een instaprente aan. Dit is veelal een hele lage rente met een looptijd van 1 of 2 jaar. Gedurende die periode heeft u de mogelijkheid de rente op ieder moment voor een langere tijd vast te zetten. Verandert de rente niet dan kunt u dus maximaal 1 of 2 jaar van die lage rente genieten. De vraag is echter wanneer u besluit de rente vast te zetten, mocht de rente gaan stijgen.

Als u het bij aanvang al moeilijk vindt om een rentevaste periode te kiezen dan zult het nog moeilijker vinden om te bepalen wat te doen als de rente gaat stijgen tijdens de oriëntatiefase. Zet u de rente al langer vast als de rente 0,1% is of pas als die 0,3% is. Laat u een stijging voorbij gaan dan kunt u niet meer terug naar de oorspronkelijke lage rente. Misschien daalt de rente weer als u net heeft besloten de rente toch maar vast te zetten omdat die 0,1% gestegen is. Wanneer doet u het goed?

Deze rentesoort lijkt dus financieel heel aantrekkelijk, maar kan u ook slapeloze nachten bezorgen. Bovendien kan het voordeel van korte duur zijn, bijvoorbeeld als de rente al na twee weken gaat stijgen.



Rendementen in offertes van beleggingshypotheken (met verzekering)

Vanwege grote verschillen in rendementsbegrippen tussen de diverse instanties zijn offertes moeilijk te vergelijken. De ene instantie offreert met een bruto rendement, de ander met een netto rendement. Omdat de laatste bepaalde kosten buiten beschouwing laat, lijkt deze voordeliger te zijn dan de ander. Offertes zijn dus eigenlijk alleen met elkaar te vergelijken op basis van het bruto fondsrendement.

voorbeeld
U vraagt twee offertes aan voor een beleggingsverzekering (al dan niet in combinatie met een hypotheek), beide met een jaarpremie van 3.000,- en een rendement van 8%.

De einduitkeringen zijn in de offertes zijn:
• maatschappij A: 260.000,-
• maatschappij B: 290.000,-

Op eerste gezicht zou u kiezen voor maatschappij B. Die lijkt namelijk de hoogste uitkering te bieden.

Als u echter de rendementen die de maatschappijen hanteren nader bekijkt, blijkt echter dat maatschappij B niet de voordeligste is. Maatschappij B heeft de offerte namelijk gebaseerd op een netto fondsrendement van 8%. In dit rendement zijn de kosten van het beleggingsfonds niet meegenomen. Deze kosten bedragen bij maatschappij B 1%.

U vergelijkt op deze manier dus appels met peren. U vergelijkt een offerte van 8% met een offerte van 9% bruto fondsrendement.

Als u opnieuw een offerte van maatschappij A aanvraagt op basis van 9% bruto fondsrendement, blijkt dat de uitkering 310.000,- is.

In werkelijkheid is maatschappij A dus de voordeligste van de twee.




Negatieve risicopremie

Dit heeft te maken met de overlijdensdekking op beleggingsverzekeringen.

Bij de beleggingshypotheken met verzekering kunt u meestal het risico van overlijden verzekeren op dezelfde verzekering waarmee u vermogen opbouwt. Niet alleen de tarieven van de verzekeringsmaatschappijen wijken van elkaar af, maar ook de manier van verzekeren.

voorbeeld
Stel dat u vermogen opbouwt via een beleggings- verzekering om in de toekomst uw hypotheek af te kunnen lossen. U gaat uit van een doelkapitaal van 400.000 en daar berekent men de spaarpremie mee. Om ervoor te zorgen dat uw nabestaande de hypotheek gedeeltelijk kan aflossen sluit u op dezelfde polis een overlijdensrisicodekking van 300.000,- af. Stel nu dat u een hoger rendement gemaakt heeft dan in de offerte en u heeft na 25 jaar al een vermogen van 400.000,-.

Het is dan mogelijk dat twee maatschappijen een andere uitkering geven, indien u overlijdt na 25 jaar:
A keert 300.000,- uit
B keert 400.000,- uit

Het verschil wordt dus veroorzaakt door een verschillende manier van verzekeren. Maatschappij A heeft namelijk een standaarddekking die luidt: bij overlijden wordt een bedrag uitgekeerd ter grootte van het verzekerd kapitaal. Maatschappij B heeft een standaarddekking die luidt: bij overlijden wordt een bedrag uitgekeerd ter grootte van het verzekerd kapitaal of de waarde van de polis indien die waarde hoger is.

Dit verschil heeft niet alleen gevolgen bij overlijden, maar ook voor de vermogensopbouw.

Omdat maatschappij A 300.000,- uitkeert, ongeacht de waarde van de polis, ontvangt u ter compensatie een vergoeding. Deze vergoeding noemt men ook wel: negatieve risicopremie. Deze negatieve risicopremie stort men in de polis. Als er dus een offerte wordt gemaakt, houdt men rekening met deze negatieve risicopremie. Deze extra stortingen helpen mee vermogen op te bouwen, waardoor de premie die u dient te betalen lager wordt.

De offerte van maatschappij A zal daarom waarschijnlijk voordeliger lijken. U zal in werkelijkheid echter minder vermogen opbouwen. Op het moment dat u namelijk weet dat de werkelijke waarde van de polis hoger is dan het verzekerd kapitaal zult u waarschijnlijk de risicodekking verwijderen. U zult immers niet willen dat bij overlijden minder wordt uitbetaald dan de waarde van de polis. Wanneer u echter besluit om de risicodekking te verwijderen, verdwijnen ook de extra stortingen van de negatieve risicopremies. Er is dan geen sprake meer van extra vermogensopbouw. U zult dan zelf meer premie moeten gaan betalen om het oorspronkelijke doelkapitaal te halen. Achteraf kunt u dus duurder uitkomen dan u verwacht.

Bekijk daarom de risicodekking van de beleggingshypotheek met verzekering zorgvuldig. Vooral waneer het door u gewenste bedrag bij overlijden een stuk lager is dan het doelkapitaal bij leven.



Fiscaal optimaal

combinatie
Sommige hypotheekadviseurs bieden hypotheekconstructies aan die zogenaamd fiscaal optimaal zijn. Er is hierbij meestal sprake van een combinatie van financiële producten.

constructie
In de praktijk komt u constructies tegen die bestaan uit een combinatie van de volgende producten:
• geldlening
• kapitaalverzekering
• lijfrenteverzekering
• box3-lijfrente (voorheen saldolijfrente)
• beleggingsdepot
• aandelenlease

U dient uiterst voorzichtig te zijn met deze aanbiedingen. Op papier lijken deze constructies heel voordelig. Het accent ligt veelal op het fiscaal voordeel dat u nu kunt behalen. Vaak worden daarentegen de nadelen onderbelicht.

Deze constructies zijn heel gevoelig voor wijzigingen in de belastingwetgeving. U weet dan ook niet zeker wat het werkelijke fiscaal voordeel zal zijn op termijn.

Bij dergelijke constructies wordt vaak een lijfrenteverzekering afgesloten. De premies die u daarvoor betaalt zijn onder bepaalde voorwaarden fiscaal aftrekbaar. De lijfrenteverzekering moet aan een aantal strikte eisen voldoen. U bouwt er vermogen mee op, maar u mag niet zelf weten wat u met het geld doet. Op de einddatum moet u het geld aanwenden voor een van de soorten lijfrenteverzekeringen die in de wet beschreven staan. De flexibiliteit is wat dat betreft dus niet zo hoog. U kunt zich afvragen of u dat wilt.

Bovendien wordt de aftrekmogelijkheid beperkt zodra het nieuwe belastingstelsel in werking treedt. Het kan dus best zo zijn dat u de hypotheek die u nu afsluit niet in dezelfde vorm kunt handhaven zodra er wijzigingen optreden in de fiscale regelgeving. Dit zou u als een risico kunnen omschrijven.

Een ander risico dat bij dit soort constructies een rol speelt is het beleggingsrisico. Vaak is de basis van deze constructie een beleggingshypotheek. Daarnaast wordt de premie van de lijfrenteverzekering veelal ook belegd en past men een beleggingsdepot toe om de de premies te betalen. De rendementen waarmee men rekent zijn meestal ook veel hoger dan 8%. Valt het werkelijk rendement lager uit dan verwacht dan kan dat verregaande gevolgen hebben voor uw financiële situatie.

Het komt zelfs ook voor dat men veel meer leent dan u normaal gesproken met uw inkomen zou kunnen lenen. Vaak wordt de hypotheek hoger afgesloten om met het overschot te kunnen beleggen. In de praktijk komt u offertes tegen van hypotheekconstructies waarbij de geldlening maar liefst 8 keer het bruto jaar inkomen bedraagt. U kunt zich voorstellen dat u daarmee een behoorlijk risico loopt.

Of een dergelijke constructie voor u interessant is hangt af van uw persoonlijke omstandigheden. Zolang u maar weet wat waarop u de keuze op baseert. En daarvoor is het noodzakelijk dat u zowel de voor- als nadelen kent.

aspecten
Bij de keuze van de juiste hypotheekvorm voor u zijn dus ook de andere aspecten van belang:
• kosten
• risico / zekerheid
• rendement
• flexibiliteit
 

Disclaimer
Privacy

hypotheekanalyse | huis kopen | valkuilen | de notaris | links | contact
Copyright © 2002 - 2006 Kapitaal Kompas B.V. - Ontwerp en productie:
Sitesoft